Dinsdagmiddag 29 september lekten de eerste afspraken uit tussen het minderheidskabinet en de oppositie over het Belastingplan. De officiële brief van minister Heinen moet nog komen, maar de hoofdlijnen zijn duidelijk. En die hoofdlijnen raken bijna iedereen met spaargeld, beleggingen of een eigen BV.
Box 3: vanaf 2028 belasting over je echte winst
Nu betaal je in box 3 belasting over een fictief rendement. De Belastingdienst gaat uit van een bepaald percentage op je spaargeld en je beleggingen, ongeacht wat je werkelijk verdient. Dat systeem is door de Hoge Raad afgeschoten, en er moest dus iets nieuws komen.
Volgens de uitgelekte afspraken komt er per 2028 een vermogenswinstbelasting op aandelen. Het idee daarachter: je betaalt over de winst die je werkelijk maakt. Bij een vermogenswinstbelasting gebeurt dat in principe op het moment dat je verkoopt, en niet ieder jaar over koerswinst die alleen op papier bestaat.
Voor beleggers is dat in de basis goed nieuws. Je betaalt pas als je het geld ook echt hebt. Maar voor de schatkist betekent het dat belastinginkomsten later binnenkomen en in totaal lager uitvallen dan in het huidige systeem. Dat gat moet worden gevuld, en daar zit de rekening.
Dat is een wezenlijk verschil met wat eerst op tafel lag. Het oorspronkelijke plan was een vermogensaanwasbelasting. Daarbij zou je ieder jaar belasting betalen over de waardestijging van je beleggingen, ook als je niets verkocht. Stijgt je portefeuille in een jaar met €20.000, dan betaal je daarover belasting, terwijl die winst alleen op papier bestaat.
Dat leidde tot veel kritiek. Beleggers zouden geld moeten vrijmaken om belasting te betalen over winst die ze nog niet hadden, en die het jaar erna ook weer kon verdampen. Alleen voor vastgoed en aandelen in startups was al een vermogenswinstbelasting voorzien. Nu lijkt die aanpak ook voor aandelen te gaan gelden.
Belastingvrij rendement bijna gehalveerd: van €1.800 naar €1.000
In het nieuwe box 3-stelsel mag je een deel van je rendement belastingvrij ontvangen. Dat bedrag stond op €1.800 per persoon. Het kabinet verlaagt dat naar €1.000, en daarmee wordt een groot deel van het gat gedicht.
Wat betekent dat in euro’s? Over het rendement boven de vrijstelling betaal je 36% belasting. Het verschil van €800 kost je dus maximaal €288 per jaar extra.
| Situatie | Belastingvrij rendement nu | Straks | Maximaal extra belasting per jaar |
|---|---|---|---|
| Alleenstaand | €1.800 | €1.000 | €288 |
| Fiscale partners samen | €3.600 | €2.000 | €576 |
Dat lijkt misschien overzichtelijk. Het echte effect zit in de groep die geraakt wordt. Wie nu met een bescheiden spaarpot of een klein beleggingsportefeuille onder de grens blijft, gaat straks wel belasting betalen. Het gaat volgens de NOS om honderdduizenden extra mensen, bovenop de circa 2,5 miljoen die nu al box 3-belasting betalen.
Een voorbeeld: haal je met je beleggingen een rendement van €1.500 in een jaar, dan betaal je daar straks €180 belasting over. Met een vrijstelling van €1.800 was dat nul geweest.
DGA’s: vier jaar lagere belasting op dividend
Keer je als DGA winst uit je BV aan jezelf uit, dan betaal je daarover box 2-belasting. Op dit moment is dat 24,5% over het eerste deel en 31% daarboven. Het kabinet verlaagt dat tarief tijdelijk, voor een periode van vier jaar.
De reden is eerlijk gezegd vooral budgettair. Veel DGA’s laten winst in hun BV staan, en daar komt pas belasting over binnen als het wordt uitgekeerd. Door het tarief tijdelijk te verlagen, wil het kabinet dat moment naar voren halen. Dat levert de komende jaren extra belastinginkomsten op.
Hoe hoog het nieuwe tarief wordt en wanneer die vier jaar precies ingaan, is nog niet bekend. Dat staat naar verwachting in de brief van minister Heinen.
Lenen van je eigen BV: grens van €500.000 naar €100.000
Sinds 2023 geldt de Wet excessief lenen. Leen je als aanmerkelijkbelanghouder meer dan €500.000 van je eigen BV, dan wordt het bedrag daarboven belast in box 2. Fiscaal wordt het behandeld alsof je dat deel als dividend hebt ontvangen. Of je in een jaar boven de grens zit, wordt gemeten op 31 december, en schulden van je fiscale partner tellen mee.
Die grens gaat volgens de plannen naar €100.000. Dat is een enorme stap. Een DGA met een rekening-courantschuld van €300.000 zat tot nu toe ruim onder de grens. Straks zou €200.000 daarvan in één keer als dividend worden belast.
We hopen dat er een overgangsregeling komt voor bestaande leningen, zodat DGA’s de tijd krijgen om af te bouwen. Maar we vrezen dat hetzelfde gebeurt als bij de vorige verlaging. De wet ging in 2023 in met een grens van €700.000, maar die gold maar één jaar. Al per 31 december 2024 werd de grens verlaagd naar €500.000, zonder overgangsregeling voor bestaande schulden. Wie erboven zat, werd direct geraakt.
Eén belangrijke uitzondering blijft staan. Leningen voor je eigen woning vallen er onder voorwaarden buiten, en volgens de NOS verandert daar niets aan. Het gaat dus vooral om consumptieve leningen, privébeleggingen en andere schulden aan je BV.
Zo hangen de maatregelen samen
Los van elkaar lijken het drie aparte maatregelen. Leg je ze naast elkaar, dan zie je één duidelijke beweging. De ruimte om geld uit je BV te lenen wordt flink kleiner, en tegelijk wordt het tijdelijk goedkoper om dividend uit te keren.
Het kabinet duwt DGA’s daarmee richting één keuze: los je rekening-courant af met dividend, en doe dat binnen het venster van vier jaar. Wie dat doet, betaalt een lager tarief dan normaal. Wie niets doet, loopt het risico dat de schuld boven €100.000 alsnog als dividend wordt belast, mogelijk zonder dat voordeel.
De maatregelen leveren volgens de uitgelekte stukken bijna een half miljard euro meer op dan nodig is om het box 3-gat te dichten. Dat overschot wil het kabinet gebruiken om de inkomstenbelasting te verlagen. Hoe dat eruit komt te zien, is nog niet bekend.
Wat kun je nu al doen?
Als DGA met een rekening-courantschuld
Breng eerst in kaart hoe hoog je schuld aan je BV is, inclusief die van je partner. Kijk welk deel onder de eigenwoningregeling valt en welk deel niet. Zit je boven de €100.000, dan wil je een plan: hoeveel los je af, in welk jaar (2026, 2027 of toch wachten tot 2028?), en met welk geld. Aflossen via dividend in de jaren met het lagere tarief kan aantrekkelijk zijn, maar herfinanciering bij een bank of aflossen uit privévermogen kan in jouw situatie slimmer uitpakken.
Als DGA met opgepotte winst
Heb je veel vrij uitkeerbare winst in je BV? Dan kan die vierjaarsperiode een kans zijn. Een lager tarief op dividend verlaagt ook de latente box 2-claim die je anders later betaalt. Let wel op: geld dat privé staat, valt weer in box 3. Uitkeren is dus alleen verstandig als het past in je totale plan.
Als belegger of spaarder
Reken uit wat de lagere vrijstelling voor jou betekent. Bij een groter vermogen is het ook het moment om te kijken of privé beleggen nog de beste plek is. Beleggen via een BV valt onder de vennootschapsbelasting (19% tot €200.000 winst, 25,8% daarboven) en later box 2. Dat is niet voor iedereen beter, maar wel een vergelijking die je moet maken.
Wacht niet tot de wet in het Staatsblad staat. Veel keuzes hebben een peildatum of werken pas over meerdere jaren. Wie nu al de scenario’s doorrekent, kan straks snel en rustig schakelen.
Alles in dit artikel is gebaseerd op uitgelekte afspraken, niet op een gepubliceerde wettekst. Tarieven, ingangsdata en overgangsregels kunnen nog veranderen, en de Tweede Kamer moet er nog mee instemmen. Zodra de brief van minister Heinen openbaar is, werk ik dit artikel bij.
Wil je weten wat dit voor jou betekent?
Twijfel je wat je moet doen? Plan een kennismaking bij ons, dan kijken we of we je kunnen helpen met een plan voor de toekomst
BFD Groep
